We bieden hulp aan familieleden en partners, evenals aan professionals in de zorg.
Welke geluiden de verschillende dieren maken
Alzheimercolumn nummer 125, mei 2019

We zitten buiten op een bankje. Het lijkt wel zomer, ofschoon het pas april is. De zoon beklaagt zich erover dat het zo lastig is om het gesprek met zijn moeder nog te voeren. Uit zichzelf zal moeder geen gespreksonderwerp aanroeren. Over wat er in de wereld gebeurt, is ze niet op de hoogte. En als ze al eens toevallig naar het journaal kijkt, betekent het nog niet dat ze na afloop daar iets van kan navertellen. En op de vraag wie er gisteren of eergisteren bij haar op bezoek geweest zijn, moet je maar gissen of dat ook echt klopt. Neen, met moeder valt geen gesprek meer te voeren. Haar wereld is zo klein geworden. Zelfs de vraag naar wat voor soep het vanmiddag bij het eten was, moet je maar gokken. Altijd zegt ze dat het tomatensoep was; iedere dag gebonden tomatensoep en nooit zitten er balletjes in de soep. Waar moet je het met haar dan nog over hebben? Over het weer? Over de kleren die ze vandaag aan heeft? Of ze lekker geslapen heeft vannacht? Geen enkel onderwerp dat de zoon interesseert om over te praten is bij zijn moeder aangekaart. Vaak gebeurt het dan ook dat ze maar zwijgend bij elkaar zitten en dat hij haar te drinken geeft uit de mok die moeder zelf niet goed meer kan vasthouden. ‘Mam zou je nog wat willen drinken?’ Hij pakt dan de mok en houdt die aan haar mond. En mam drinkt dan een klein slokje van de koffie. Het koekje bij de koffie kan ze zelf nog eten. Dat lukt wel. Een gebakje of vlaai zou ze zelf niet zelfstandig kunnen eten. Daar is hulp bij nodig.

We kijken naar de geitjes en het hangbuikzwijntje in de dierenwei. Ook lopen er een paar snaterende eenden rond. Moeder merkt ze wel op, maar ze zegt er niets over. Ik vraag haar wat het varken voor een geluid maakt. ‘Het varken… ?‘ zeg ik. En moeder vult aan ‘Het varken knort.’ ‘En de koe…?’ vul ik aan. En spontaan zegt moeder dat de koe loeit. En de kip kakelt en de ezel balkt en het paard hinnikt. Heel wat dieren passeren de revue en feilloos weet moeder het bijpassende geluid te benoemen. Zelfs als ik dezelfde dieren nog een keer noem die ze al eerder met het bijpassende geluid benoemde, zegt ze precies het geluid dat het desbetreffende dier maakt. Ze zegt niet dat ik het geluid van die dieren haar al eerder vroeg. Ondertussen schijnt de zon volop en ziet ook moeder in de verte enkele paarden in een wei lopen. Ik vraag haar of ze kan zien hoeveel paarden er lopen. En als een klein kind telt ze de dieren: ‘een, twee, drie, vier.’ Ik zeg dat ik inderdaad ook vier paarden zie. ‘En welk geluid maken de paarden?’ Moeder zegt dat ze hinniken. ‘Ja, inderdaad als ze met meer paarden zijn dan hinniken ze. Je zegt niet dat de paarden hinnikt.’ Moeder knikt. Dat heeft ze duidelijk gehoord.

‘En nu heb ik nog een moeilijke,’ zeg ik haar. We hebben nu alle dieren bijna gehad. ‘Maar wat doet de mens?’ Moeder hoeft daar niet lang over na te denken. Ze weet precies wat de mens doet. ‘De mens moppert.’ Dus dat is het geluid dat de mens maakt? ‘Ja,’ zegt ze, ‘de mens moppert.’ Ik vraag haar of zij dan ook wel eens moppert. Inderdaad, dat komt vaker voor. Blijkbaar herkent ze zichzelf als een mopperend iemand. Al geeft ze ook snel toe dat ze niet altijd moppert. Ik vraag haar wanneer ze dan wel eens moppert. Zonder te haperen zegt ze dat ze wel eens moppert als de verzorging haar niet op tijd komt ophalen uit bed of haar niet met eten helpen. En natuurlijk moet ze ook wel eens op haar kinderen mopperen als ze niet luisteren of dingen doen die niet mogen. Ik vraag haar of haar man Pierre ook een mopperaar is. ‘Neen,’ daar is ze heel duidelijk in. ‘Pierre is lief.’ ‘Hij is dus geen mopperaar?’ vraag ik haar. Neen, voor haar is Pierre de liefste van de wereld. Ik weet niet of ze zich nu realiseert dat Pierre al zeker tien jaar dood is. In het kader van dit gesprekje is dat ook niet van belang. Nu gaat het over de betekenis van haar man Pierre.

Ik ben ook wel benieuwd naar haar kinderen. Ik vraag haar hoeveel kinderen ze heeft. ‘Zeven heb ik er.’ En ik ben benieuwd naar het geluid dat zij maken. Het oudste kind is een jongen of een meisje? ‘Een jongen, Gerard.’ ‘En welk geluid maakt Gerard?’ En ik wijs met mijn hand naar de man die tegenover haar zit. Ze kijkt hem aan, glimlacht en zegt dan ‘Gerard is lief.’ Gerard kijkt mij aan, alsof hij zeggen wil dat is toch klip en klaar en moeder heeft het bij het rechte eind. De andere kinderen volgen stuk voor stuk en bij ieder van hen karakteriseert moeder hen als mopperaar of als lief. En volgens de zoon kloppen die karakteriseringen ook. Moeder weet hen feilloos te benoemen als meer positief in het leven staanden of juist vanuit een negatieve kijk naar de wereld kijkend.

En zelfs bij de herhaling van de kinderen benoemt moeder de kinderen zoals, ze in feite zijn en kan ze ook aangeven welke meer op haar lijken en welke meer op haar man Pierre. Aan moeder is te merken dat ze echt op haar niveau aangesproken is en dat dit haar ook nieuwe energie geeft. Ze is echt uitgedaagd om na te denken. Misschien is het nu wel een goed moment om samen nog wat te gaan drinken, stel ik voor. De zon schijnt fel voor deze tijd van het jaar. Het lijkt wel of we in de zomer zitten. Als ik zeg dat het pas begin april is, lijkt dit pas tot moeder door te dringen. ‘Dan is het echt al heet!’ zegt ze.

© Maart Vestjens, Pastor, Geestelijk Verzorger, Spiritueel Begeleider voor Noord- en Midden Limburg. Op aanvraag ook voor andere regio’s

Als u wilt reageren op deze column dan kan dat via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
U kunt hem ook telefonisch bereiken onder nummer 06 51 52 49 30
  • Bijeenkomst voor jonge mensen met dementie en hun mantelzorgers (regio Parkstad) 07-01-2019

    Lees meer...

inloggenbl