We bieden hulp aan familieleden en partners, evenals aan professionals in de zorg.
De negentigste verjaardag van Tante Stien

Alzheimercolumn nummer 127, juli 2019

Moeder wordt negentig jaar. Als je vraagt wanneer ze geboren is zegt ze -en dat heeft ze al duizenden malen moeten vertellen- ‘zes zes negentwintig.’ En dit jaar is het 2019 en dat betekent dat ze tot de allersterksten gaat behoren op vrijdag zes juni. Moeder zegt dat zij de enige van haar broers en zussen is die deze hoge leeftijd heeft bereikt. Haar andere broers en zussen zijn al lang overleden, behalve haar jongste zus. Maar dat duurt nog een paar jaar voordat die negentig kan worden. ‘Eigenlijk probeer ik net zo oud te worden als vader, maar of ik dat haal?’ zegt ze. En als je haar vraagt hoe oud haar vader dan geworden is dan zegt ze zonder dat enige twijfel in haar stem doorklinkt: ‘drieënnegentig en op zijn negentigste reed hij nog auto. Wekelijks bezocht hij met zijn auto de zeven kinderen. Dat was een levenstaak in de laatste jaren van zijn leven.’

De kinderen van moeder willen haar verjaardag niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Ook moeder vindt dat zo’n mijlpaal speciale aandacht verdient. Zij is immers is de eerste uit het gezin die negentig mag worden. Maar wat te doen? In het zorgcentrum zal aan haar verjaardag sowieso aandacht besteed worden. Ze zal wel op gebak trakteren aan de mensen van haar afdeling. Om het feest alleen maar in de beslotenheid van de familie te vieren, daarvoor voelen de kinderen weinig en ook moeder heeft liever een groter feestje. In het zorgcentrum is geen ruimte om iets groters te vieren.

Niet al te ver van het zorgcentrum ligt een zaal met een groot café. ‘Als we het feest daar eens zouden houden,’ stelt de oudste zoon voor. De mogelijkheden worden onderzocht. Nu is vrijdag wel een lastige dag, omdat de meesten dan gewoon moeten werken, althans de kinderen van moeder. Haar zus en de nog levende schoonzussen hoeven natuurlijk niet te werken. Die zijn de 65 allemaal al ruim gepasseerd.
Uiteindelijk wordt het feest op zondag 8 juni gehouden. ’s Middags met een uitgebreide koffietafel voor de kinderen van moeder met hun aanhang en de kleinkinderen en de nog levende schoonzussen. Van drie tot vijf is er een receptie voor de neven en nichten en als ze allemaal komen met hun partners dan komen er al gauw een zeventig personen. Het zal wel een vermoeiende dag voor haar worden.
De kaarten worden verstuurd.

De receptie lijkt meer op een familiereünie. Bijna iedereen die maar enigszins kon is present. Veel van de neven en nichten hebben elkaar ook al jaren niet meer gezien. Niet iedereen is dicht bij het ouderlijk huis blijven wonen. Verschillende neven en nichten wonen in het buitenland. Maar zelfs Hans uit Wenen is er en ook Martin uit Keulen heeft de reis ondernomen om zijn tante te feliciteren met deze mijlpaal. Er wordt bijgepraat. De laatste keer dat ze bij elkaar waren was op de begrafenis van oom Toon. Dan heerst er toch een andere sfeer dan vandaag op deze blijde dag.

Als ik even met tante praat nadat ik eerst in de rij gestaan heb om haar te feliciteren, zegt ze me dat haar iets toch wel erg tegenvalt op deze blijde dag. Wat zou het kunnen zijn? Het weer is prachtig, iedereen is blij, bijna iedereen is gekomen, er wordt volop met elkaar gepraat en haar kinderen hebben deze dag uitstekend georganiseerd. Het gezicht van tante staat enigszins bedrukt. ‘Wat valt u dan zo tegen tante Stien?’ vraag ik. ‘En ze zegt dat iedereen er inderdaad is, maar dat haar eigen ouders niet eens even de moeite hebben gedaan om haar te feliciteren op deze belangrijke dag, valt haar erg tegen. Al waren ze maar even gekomen, dat zou al genoeg geweest zijn. Maar zelfs dat niet eens. Ik zie de tranen in haar ogen komen. Ze grijpt naar haar zakdoek in haar tasje en dept de tranen droog.

Van haar oudste dochter hoor ik die middag dat moeder lijdt aan vasculaire dementie. Daarom woont ze noodgedwongen ook al een jaar in het zorgcentrum. Thuis ging het echt niet meer. En lopen werd ook steeds meer een probleem. Gelukkig had ze al de keren dat ze thuis gevallen was nog niets gebroken. En of moeder nu nog zelfstandig zou kunnen lopen? De dochter verwacht van niet. Daarom zit moeder nu al een half jaar in een rolstoel en moeder taalt er ook niet naar om op te staan. Net alsof ze zich bij de situatie heeft neergelegd. Zo voelt het.

Als ik van tante afscheid neem, noemt ze me bij mijn naam. Ze zegt dat ze het bijzonder gewaardeerd heeft dat ik de moeite genomen heb om haar te komen feliciteren. Dat had ze ook van haar ouders verwacht, maar waarom die niet gekomen zijn is haar een raadsel. En ze kijkt me op een manier aan alsof ze zeggen wil dat ik misschien wel weet waarom ze niet gekomen zijn.


© Maart Vestjens
Pastor, Geestelijk Verzorger, Spiritueel Begeleider voor Noord- en Midden Limburg. Op aanvraag ook voor andere regio’s.

Als u wilt reageren op deze column dan kan dat via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. U kunt hem telefonisch ook bereiken onder nummer 06 51 52 49 30
  • Bijeenkomst voor jonge mensen met dementie en hun mantelzorgers (regio Parkstad) 07-01-2019

    Lees meer...

inloggenbl